
Spoorwegwet 1875
Artikel 13
[1.] De in artikel 10 bedoelde ambtenaren geven schriftelijk kennis aan de bestuurders der spoorwegdienst van hetgeen naar hun oordeel tot instandhouding van den spoorweg en tot behoorlijke uitoefening van de dienst behoort te worden gedaan.
[2.] Zij roepen, zoo de bestuurders daaraan geen behoorlijk gevolg geven, de beslissing van den Minister van Verkeer en Waterstaat in.
3
De bestuurders kunnen tegen hetgeen hun aanbevolen werd, administratief beroep instellen bij de Minister.
[4.] Bij onmiddellijk gevaar kan degene, die ingevolge de bij artikel 10, eerste lid, bedoelde regelen als hoofd van het toezicht is aangewezen, of de Minister last geven tot onverwijlde voorziening niettegenstaande het administratief beroep.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.